Vooroordeel

Vooroordeel

Je loopt licht gebogen. Dat is het eerste dat opvalt. Dan je donkere roodbruine haar, dat zo vanzelfsprekend op je schouders rust, je scherpe, zoekende ogen. En tenslotte je kleren, het simpele t-shirt dat aan je bovenlichaam plakt, de spijkerbroek die je volmaakte vormen volgt. Maar toch, die gebogen stap. Je hinkelt bijna, lichtjes, alsof het lopen je pijn doet. 

Mijn gedachten zoeken een ander beeld in het overvolle station. Kijken naar iets moois is fijn, maar als het zo onbeholpen beweegt vind ik het moeilijk. Al snel zie ik een mollige, maar bevallige blondine in mijn richting lopen, met een gulzige lach. Niet zo mooi als jij, maar ook lang niet zo kreupel. 

Vanuit mijn ooghoeken bespeur ik een onverwachte beweging als je plotseling je schoen optilt. Een steentje rolt verlaten uit het profiel van je schoen. En als je heupwiegend op je roltrap afloopt, kan ik niets anders dan je nastaren.